Lichtvervuiling verminderen: 7 simpele tips voor thuis
Een lamp bij de voordeur, verlichting langs het tuinpad of sfeerlampjes onder de overkapping: buitenverlichting is handig en gezellig. Maar kijk ’s avonds eens goed om je heen. Hoeveel van die lampen branden eigenlijk terwijl niemand ze nodig heeft? Misschien heb je er nooit bij nagedacht, maar al dat licht bij elkaar zorgt voor lichtvervuiling. En kunstlicht op plekken en tijdstippen waar het niet nodig is is niet alleen jammer als je graag naar de sterren kijkt. Nachtelijk kunstlicht heeft ook negatieve gevolgen voor mensen en natuur. Gelukkig kunnen we lichtvervuiling verminderen zonder dat we voortaan in het pikkedonker moeten zitten. Met een paar simpele tips ga je slimmer om met verlichting en maak je licht waar en wanneer het nodig is, en laat het donker waar dat kan.
Waarom is lichtvervuiling een probleem?
Als kunstlicht ’s avonds en ’s nachts terechtkomt op plaatsen en momenten waar het niet nodig is noemen we dat lichtvervuiling. Denk daarbij aan de tuinlamp die de hele nacht brandt, een gevelspot die de lucht in schijnt of een leeg kantoor dat om drie uur ’s nachts nog volledig verlicht is. Die overvloed aan licht heeft gevolgen. Kunstlicht kan in de avond en nacht bij mensen leiden tot lichthinder en slaapverstoring volgens RIVM. Maar ook dieren en planten hebben er last van. Nachtelijke verlichting kan ervoor zorgen dat dieren verstoord worden bij het zoeken naar voedsel, rust- en verblijfplaatsen. Maar ook insecten verzamelen zich bijvoorbeeld rond lampen en de vliegroutes van vleermuizen en vogels kunnen veranderen. Voor de biodiversiteit in je eigen omgeving is het fijn om eens te kijken naar je verlichting. En dan is er nog een heel praktisch punt: lampen die onnodig branden gebruiken ook onnodig elektriciteit. Genoeg redenen om eens kritisch naar onze buitenverlichting te kijken.
1. Gebruik een bewegingssensor
Waarom zou een lamp bij de schuur, achterdeur. oprit of in je tuin acht uur per nacht branden als je hem maar een paar minuten nodig hebt? Met een bewegingssensor springt het licht alleen aan wanneer iemand langsloopt. Daarna gaat het automatisch weer uit. Je hebt dus licht wanneer je thuiskomt of je fiets wegzet, terwijl je tuin de rest van de nacht donker blijft. Stel de sensor wel goed af. Een lamp die bij iedere passerende kat, bewegende tak of wandelaar aanspringt, schiet zijn doel voorbij.
2. Gebruik een timer en doe het licht ’s nachts uit
Niet iedere lamp hoeft een bewegingssensor te hebben. Voor sfeerverlichting, kerstverlichting of verlichting bij een terras kan een timer juist handig zijn. Laat de verlichting bijvoorbeeld tot 23.00 uur branden en daarna automatisch uitschakelen. Want als er niemand meer buiten is, kan het licht prima uit, toch? Met een tijdschakelaar, slimme stekker of slimme buitenlamp hoef je daar niet iedere avond opnieuw aan te denken.
3. Kies warm licht in plaats van wit-blauw licht
Niet alleen hoeveel licht er brandt telt. Ook de kleur van het licht maakt verschil. Kies voor buitenverlichting liever voor een warme lichtkleur met weinig blauw licht, zoals warmwit, geel of amber en, waar dat praktisch is, nog warmer of roodachtig licht. Kijk bij het kopen van een lamp daarom naar de kleurtemperatuur, te zien op de verpakking met de eenheid Kelvin. Rond 2700 Kelvin of lager krijg je warm licht. Vermijd waar mogelijk de zeer koele, blauw-witte buitenlampen boven 3300 K.
4. Richt verlichting naar beneden
Een lamp naast je voordeur hoeft niet tegelijkertijd de tuin van de buren én de nachtelijke hemel te verlichten. Richt buitenverlichting daarom alleen op de plek waar je het licht nodig hebt, bijvoorbeeld je tuinpad, voordeur of terras. Kies het liefst een armatuur waarbij de lichtbron is afgeschermd en het licht van boven naar beneden schijnt. Met zulk licht kun je prima zien wat nodig is, zonder dat de omgeving en natuur daar last van heeft.
5. Gebruik niet meer licht dan nodig
Meer licht betekent niet automatisch dat je beter ziet. Zeer felle lampen kunnen juist verblinden en verlichten vaak een veel groter gebied dan nodig is. Kies bij buitenverlichting daarom de laagste lichtsterkte waarmee je comfortabel kunt zien. Heb je dimbare buitenverlichting? Stel die dan niet standaard op maximaal vermogen in.
Wat is lichtvervuiling precies?
Lichtvervuiling is kunstlicht dat ’s avonds of ’s nachts terechtkomt op plekken of momenten waar het niet nodig is. Voorbeelden zijn omhoog schijnende gevelverlichting, fel verlichte tuinen en lampen die de hele nacht blijven branden.
Welke kleur buitenverlichting is het beste tegen lichtvervuiling?
Kies bij voorkeur voor warm licht en beperk blauw-wit licht. Voor verlichting rondom huis is ongeveer 2700 Kelvin of lager een goede richtlijn. Nog belangrijker is dat de lamp alleen brandt wanneer dat nodig is en goed naar beneden is gericht.
Is ledverlichting beter tegen lichtvervuiling?
Ledverlichting gebruikt meestal minder energie dan oudere verlichting, maar lost lichtvervuiling op zichzelf niet op. Een felle ledlamp die de hele nacht omhoog schijnt kan nog steeds veel lichthinder veroorzaken. Kijk daarom ook naar lichtsterkte, kleur van het licht, waarheen de lamp schijnt en hoe lang.
Mag een bedrijf de hele nacht zijn verlichting laten branden?
Er bestaat niet één algemene landelijke regel die alle nachtelijke bedrijfsverlichting verbiedt. Lichthinder wordt voor een belangrijk deel lokaal afgewogen onder de Omgevingswet. Heb je last van bedrijfsverlichting, bespreek dit dan eerst met het bedrijf en neem bij aanhoudende hinder contact op met je gemeente of Omgevingsdienst.
Wat is de eenvoudigste manier om zelf lichtvervuiling te verminderen?
Begin met verlichting die zonder goede reden de hele nacht brandt. Zet die uit of plaats een timer of bewegingssensor. Combineer dat met warme, niet te felle en naar beneden gerichte verlichting. Zo pak je meerdere oorzaken van lichtvervuiling tegelijk aan.
6. Laat sommige plekken bewust donker
Niet ieder hoekje van je tuin hoeft verlicht te worden. Vooral bomen, struiken, nestplekken en routes die dieren gebruiken kun je beter donker laten. Weet je bijvoorbeeld dat er vleermuizen onder je dak of in de buurt zitten? Zorg er dan voor dat hun aanvliegroute niet door een felle lamp wordt verlicht. Let ook op licht dat rechtstreeks op ramen of water schijnt. Zulke reflecterende oppervlakken kunnen het licht verder verspreiden. En wil je een nieuwe tuinlamp aanschaffen, stel jezelf eens te vraag; is hier eigenlijk wel een lamp nodig? Voor sommige toepassingen zijn reflectoren of kleine markeringen al voldoende. Door je tuin of sommige plekken niet te verlichten maak je je tuin duurzamer en natuurvriendelijker.
7. Spreek bedrijven aan die ’s nachts onnodig hun licht laten branden
Je kunt verder kijken dan je eigen tuin. Misschien fiets je regelmatig langs een winkel, kantoor, autoshowroom of bedrijventerrein waar midden in de nacht nog volop verlichting brandt, terwijl er niemand aanwezig is. Je kunt zo’n bedrijf daar gewoon vriendelijk op aanspreken. Vraag bijvoorbeeld of de gevel-, reclame- of kantoorverlichting ’s nachts met een timer kan worden uitgeschakeld of gedimd. Dat scheelt lichtvervuiling én energie. En misschien heeft het bedrijf er simpelweg nog nooit bij stilgestaan.
Doe mee met de Nacht van de Nacht
Wil je meer doen? Kijk dan eens naar Nacht van de Nacht, een jaarlijkse campagne van de Natuur en Milieufederaties. Tijdens deze campagne doven honderden bedrijven en gemeenten verlichting van gebouwen en reclame en kun je meedoen aan activiteiten. Of sluit je aan bij de Nachtwachters, Deze vrijwilligers zetten zich lokaal in tegen lichtvervuiling en werken onder andere samen met gemeenten en bedrijven om onnodige verlichting te dimmen of te doven.
Heb je daadwerkelijk last van verlichting van bijvoorbeeld een bedrijf, sportveld of reclamebord? Probeer het dan eerst met de eigenaar op te lossen. Bij aanhoudende lichthinder kun je ook informeren bij je gemeente of regionale Omgevingsdienst.
Ook gemeenten en overheden werken aan minder lichtvervuiling
Lichtvervuiling oplossen is natuurlijk niet alleen de verantwoordelijkheid van inwoners. Ook gemeenten, provincies en andere overheden werken aan het voorkomen van onnodig kunstlicht en lichthinder. Een gemeente kan beleid over donkerte en lichthinder opnemen in de omgevingsvisie en regels stellen via het omgevingsplan. Landelijke rijksregels voor lichthinder zijn beperkt, behalve voor kunstlicht bij kassen waarover wel specifieke rijksregels bestaan. Ook bij de openbare verlichting wordt steeds meer gekeken naar slimmer gebruik. Gemeenten kunnen oude verlichting vervangen door beter richtbare ledlampen, verlichting ’s nachts dimmen of lampen slimmer in- en uitschakelen. Eigenlijk volgen gemeenten daarmee dezelfde principes die je thuis kunt toepassen: niet feller, langer of meer verlichten dan nodig is.
Minder licht heeft nog meer voordelen
Minder onnodige verlichting betekent ook minder elektriciteitsgebruik. Een ledlamp is weliswaar energiezuinig, maar een lamp die helemaal niet hoeft te branden is natuurlijk nog zuiniger. Er is ook een klein veiligheidsvoordeel. Elektrische verlichting die uitstaat, is tijdens die uren niet in gebruik en kan dus ook niet opwarmen door gebruik, waardoor brandgevaar vermindert.
Wil je meer energie besparen in huis? Lees ons artikel Zo verlaag je je elektriciteitsverbruik.
Is minder licht altijd beter?
Goede verlichting helpt om ’s avonds te zien, je te oriënteren en je veilig te voelen, bijvoorbeeld op trappen, tuinpaden, fietspaden en kruisingen. Te weinig licht kan daar onpraktisch of onveilig zijn, zeker voor ouderen en mensen die slecht zien. Tegelijk is, ondanks wat veel mensen denken, meer licht niet automatisch veiliger: te felle of slecht gerichte verlichting kan juist verblinden en harde contrasten en schaduwen veroorzaken, waardoor je juist minder goed ziet. Een donkere plek kan minder veilig aanvoelen, maar extra veel licht maakt een plek niet automatisch veiliger. Het gaat vooral om slim verlichten: genoeg licht om goed te kunnen zien, zonder de omgeving onnodig fel te maken.
Donker waar het kan, licht waar het nodig is
Lichtvervuiling kan negatieve gevolgen hebben, maar gelukkig is de oplossing juist best makkelijk. Gebruik een bewegingssensor, zet verlichting met een timer ’s nachts uit, kies warm licht en richt lampen naar beneden. Gebruik daarnaast niet meer licht dan nodig en laat delen van je tuin bewust donker. En kijk gerust verder dan je eigen tuin. Spreek een bedrijf vriendelijk aan wanneer de lampen iedere nacht onnodig blijven branden en steun initiatieven die aandacht vragen voor het belang van donkerte. We hoeven Nederland niet volledig donker te maken, maar we kunnen wel slimmer omgaan met licht. Donker waar het kan, licht waar het nodig is. Dat is goed voor dieren en natuur, prettig voor onszelf en mooi meegenomen voor de energierekening.
Meer lezen?








Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!