7 verrassende moestuintips uit een buurttuin
Droom jij stiekem van een flinke, weelderige moestuin, maar loop je vast?! Groen-expert Marieke werkt wekelijks in de Olympiatuin in Amsterdam. Ze vertelt hoe een vervuild stuk grond bij haar om de hoek, na sanering door de gemeente, uitgroeide tot een buurtmoestuin. Wat kunnen we leren van zo’n tuin midden in de stad? Laat je inspireren door de aanpak van de Olympiatuin en en ontdek zeven duurzame moestuintips die je ook in je eigen tuin kunt toepassen.
Een buurttuin op een sportpark? Het kan!
Als Marieke uitlegt dat ze naast een voetbalveld tuiniert, reageren mensen vaak verbaasd. Achter de hoge hekken van een uitgestrekt sportcomplex gaat onverwacht een lange, smalle strook groen schuil. Hier vind je een kleurrijke border met inheemse planten, fruitstruiken en verhoogde moestuinbedden. Moestuinieren midden in de stad brengt zo zijn uitdagingen mee. De tuin ligt bijvoorbeeld naast een rij prachtige oude bomen. Die joekels hebben flink wat water nodig, waardoor droogte in de zomer een extra uitdaging is. Toch laat de Olympiatuin vooral zien hoeveel er mogelijk is als je slim omgaat met de plek, de bodem en de materialen die beschikbaar zijn.
1. Bewateren met zonne-energie
De Olympiatuin kreeg direct bij de start een subsidie voor een grondwaterpomp op zonne-energie en een druppelirrigatiesysteem. Nu zul je misschien denken: dat is best een kostenpost. Maar voor kleinere tuinen zijn er eenvoudigere en goedkopere systemen beschikbaar. Denk aan een regenton in combinatie met een druppelslang of druppelirrigatiesysteem. Zo vang je regenwater op en geef je het gericht aan de planten, waardoor er minder water verloren gaat.
Meer weten over zuinig omgaan met water? Bekijk dan ook deze tips voor waterbesparing in de tuin.
2. Maak je eigen compost
Ook voor de verrijking van de bodem kiezen de vrijwilligers voor een duurzame aanpak. Zo maken ze in de Olympiatuin hun eigen compost. Ook je eigen compost maken? Verzamel groente- en fruitresten, koffiedik, bladeren en ander plantaardig tuinafval op een composthoop of in een compostbak en wissel nat en droog materiaal af. Schep het materiaal af en toe om; na verloop van tijd ontstaat donkere, kruimelige compost die je door de bodem van je moestuin kunt mengen.
3. Maak smeerwortelgier
Daarnaast maken de vrijwilligers smeerwortelgier. Daarvoor laten ze ongeveer een kilo smeerwortelbladeren een paar weken trekken in tien liter water. Na verdunning gebruiken ze de smeerwortelgier voor vrijwel alle gewassen in de moestuin. Heb je geen smeerwortel? Ook brandnetels kun je gebruiken om vloeibare plantenvoeding te maken. Houd er wel rekening mee dat dit soort zelfgemaakte gier behoorlijk sterk kan ruiken.
4. Laat dierlijke mest eerst liggen
De Olympiatuin krijgt regelmatig zakken mest van een eigenaar van een dierenwinkel die alpaca’s houdt in Zeeland. Omdat verse dierlijke mest veel voedingsstoffen bevat, laten ze de met stro vermengde mest eerst ongeveer drie maanden liggen. Zo is de mest minder sterk wanneer ze die door de grond verwerken. Te veel voeding in één keer is namelijk niet goed voor moestuinplanten.
5. Geef de bodem een deken van schapenwol
Van oudsher wisten boeren en tuinders al dat een bedekte bodem minder snel uitdroogt en vruchtbaar blijft. De Olympiatuin experimenteert momenteel met mulch van schapenwol. Het grijze materiaal houdt veel vocht vast, remt onkruid af en geeft langzaam voedingsstoffen af terwijl het verteert. Mulch breng je het liefst in het voorjaar aan, wanneer de bodem is opgewarmd. Leg een laag van ongeveer 5 tot 10 centimeter rond de planten, maar houd een paar centimeter vrij rondom de stam of stengel. Zo voorkom je dat de plant te vochtig blijft.
1. Heb ik al iets dat dit kan vervangen?
Vaak is het antwoord minder duidelijk dan je denkt. Wat je al hebt, voelt al snel ‘niet goed genoeg’, terwijl het vaak prima werkt.
2. Koop ik dit omdat het nodig is, of omdat het handig is?
Veel aankopen zitten in dat grijze gebied. Niet nodig, maar wel aantrekkelijk.
3. Hoe vaak ga ik dit echt gebruiken?
Niet ooit, maar binnenkort. Als dat onduidelijk blijft, is de kans groot dat het product weinig toevoegt.
4. Kan ik het lenen, delen of tweedehands vinden?
Consuminderen betekent niet dat je alles moet laten. Maar wel dat je anders kijkt naar wat je zelf in huis wil hebben. Kun je het item lenen of delen. Of wellicht zelfs tweedehands vinden.
5. Zou ik dit ook kopen als het niet ‘duurzaam’ werd genoemd?
Beantwoord deze vraag eerlijk. Omdat ‘duurzaam’ vaak geruststelt koop je wellicht iets, terwijl het niets verandert aan de vraag of je het nodig hebt.
6. Gebruik ook ander tuinmateriaal als mulch
Heb je geen schapenwol? Dan kun je ook prima stro, bladeren of uitgebloeide planten gebruiken. Zo kun je dus ook met materialen die je misschien al in of rond de tuin hebt de bodem bedekken.
7. Zaai groenbemesters aan het einde van het seizoen
Ook na de laatste oogst kun je iets goeds doen voor de bodem. In de Olympiatuin is het plan om aan het einde van het seizoen groenbemesters te zaaien. Zo blijft de grond in de winter bedekt, krijgt onkruid minder kans en kan de bodemstructuur verbeteren. In het voorjaar kun je de groenbemester weer verwerken in de bodem voordat het nieuwe moestuinseizoen begint.
Zo maak je je moestuin stap voor stap duurzamer
Met de tips van de Olympiatuin kun je stap voor stap duurzamer moestuinieren. Door slimmer om te gaan met water, zelf compost en plantenvoeding te maken, de bodem te bedekken en te blijven experimenteren, kun je met relatief eenvoudige keuzes al veel verschil maken. Begin vooral met wat bij jouw tuin past en ontdek gaandeweg welke aanpak het beste werkt.
Heb jij zelf nog duurzame moestuintips die ontbreken? Of ben je betrokken bij een buurtmoestuin? Laat het dan vooral weten in de reacties.
Meer lezen?








Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!