Zo wordt je kleding gemaakt; van katoenveld tot kledingkast
Je denkt er wellicht niet vaak over na als je voor je kledingkast staat. Kleding is iets alledaags! Maar voordat die trui of broek in jouw kast lag, heeft het al een hele reis afgelegd. En juist in die hele reis zit een grote impact op het milieu. DuurzameKeuzes neemt je mee in de keten van kledingproductie, zodat je wellicht nét even anders naar dat nieuwe T-shirt kijkt.
Het begint niet in de winkel, maar op het land
Kleding begint bij grondstoffen. Het wordt gemaakt van katoen, soms wol en steeds vaker polyester (dat eigenlijk gewoon plastic is). Vooral katoen lijkt een ‘natuurlijke’ keuze, maar dat betekent niet automatisch dat het duurzaam is. Voor één katoenen T-shirt is ongeveer 2.700 liter water nodig. Even ter vergelijking: dat zijn bijna 14 badkuipen vol! En dat water komt ook nog vaak uit gebieden waar het al schaars is. Daarnaast wordt er in de reguliere katoenteelt veel gebruikgemaakt van pesticiden en kunstmest, wat zorgt voor vervuiling van bodem en water. Polyester heeft weer een andere kant: het wordt gemaakt van aardolie. Minder watergebruik dus, maar wél afhankelijk van fossiele grondstoffen en met een hogere CO₂-uitstoot. De impact begint dus al voordat er überhaupt een kledingstuk bestaat.
Van vezel naar stof
Als de grondstoffen zijn geoogst of geproduceerd, wordt er garen van gemaakt en daarna stof. Dat gebeurt in grote fabrieken, vaak in landen waar energie nog grotendeels uit fossiele bronnen komt. Ook die stap zie je niet, maar hij telt wel mee. De kledingindustrie is verantwoordelijk voor ongeveer 8 tot 10 procent van de wereldwijde CO₂-uitstoot. Dat is meer dan alle internationale lucht- en scheepvaart samen.
Nog meer milieu-impact: verven en afwerken
Na het maken van de stoffen, komen we pas bij het proces met de meeste milieuschade. Want vooral het verven en behandelen van stoffen is een grote boosdoener. Om stoffen een mooie kleur te geven of eigenschappen zoals stretch of waterafstotendheid toe te voegen, worden chemische stoffen gebruikt. In veel productielanden worden die stoffen nog onvoldoende gezuiverd voordat ze in rivieren terechtkomen. Sterker nog, naar schatting is ongeveer 20 procent van de wereldwijde watervervuiling afkomstig uit de textielindustrie. Dat is een enorme impact, waar veel mensen geen weet van hebben.
Van stof naar kleding: vakwerk achter de schermen
Als de stof eenmaal klaar is, begint het echte maakproces: het in elkaar zetten van het kledingstuk. Dit gebeurt grotendeels met de hand. Stoffen worden gesneden, onderdelen worden aan elkaar gestikt en afgewerkt tot een draagbaar geheel. In veel productielanden gebeurt dit vaak onder hoge tijdsdruk en tegen lage lonen. Hoewel deze stap minder impact heeft op het milieu dan bijvoorbeeld het verven, speelt hier wel een ander belangrijk aspect: de menselijke kant van kledingproductie. Arbeidsomstandigheden, lonen en veiligheid verschillen sterk per land en fabriek. Maar ook daar zit een deel van de echte prijs van kleding die we in de winkel vaak niet te zien krijgen.
De wereldreis van jouw kledingstuk
Een kledingstuk legt vaak duizenden kilometers af voordat het in de winkel ligt. Katoen uit India, productie in Bangladesh, en verkoop in Nederland; het is eerder regel dan uitzondering. Transport is niet de grootste impactfactor in de keten, maar het draagt wel bij aan de totale CO₂-uitstoot. Zeker als je bedenkt hoeveel kleding er wereldwijd wordt verplaatst.
Waar zit de impact van jouw kledingstuk?
Uit dit alles blijkt dat de grootste impact zit al vóór je aankoop. In de eerste stappen van de keten zit de meeste schade aan het milieu door de grondstoffen, de productie en vooral het verven en behandelen van stoffen, en als laatste het in elkaar zetten en het transport. Dan ligt een trui, broek of jas eindelijk in de winkel om door jou gekocht te worden. Maar eenmaal gekocht, stopt de impact niet. Hoe je kleding gebruikt, maakt ook verschil. Wassen van je kleding zorgt voor veel water en energieverbruik (lees daarom onze wastips!). Bovendien komt bij elke wasbeurt van synthetische kleding komen microplastics vrij. Die zijn zo klein dat ze vaak niet uit het water gefilterd worden en uiteindelijk in het milieu terechtkomen. Maar misschien nog belangrijker: hoe vaak draag je iets echt? We kopen tegenwoordig zo’n 60 procent meer kleding dan vijftien jaar geleden, terwijl we het gemiddeld korter dragen. Veel kleding verdwijnt al snel weer uit de kast, ondanks de enorme impact van dat kledingstuk. Dat betekent ook iets belangrijks: de grootste winst zit niet alleen in wat je koopt, maar vooral in hoeveel.
Hoe maak je betere keuzes (zonder dat het ingewikkeld wordt)
Duurzamer kiezen hoeft niet perfect. Het begint vaak met iets simpels: even stilstaan bij een aankoop. Vraag jezelf af of je iets echt nodig hebt en of je het vaak gaat dragen. Kwaliteit wint het bijna altijd van kwantiteit. Een kledingstuk dat je jaren draagt, heeft uiteindelijk een veel lagere impact dan iets dat je na drie keer weglegt. Ook materiaalkeuze speelt mee. Natuurlijke materialen zoals biologisch katoen, linnen of wol zijn vaak een betere keuze dan synthetische stoffen, al blijft het belangrijk om kritisch te blijven. Tweedehands is misschien wel de meest duurzame optie. Alles wat al gemaakt is, hoeft niet opnieuw geproduceerd te worden. Lees daar meer over in ons artikel over tweedehands kleding. Daarnaast kun je met kleine gewoontes verschil maken: minder vaak wassen, op lagere temperaturen en kleding langer dragen of (laten) repareren. Simpel, maar effectief.
Hoe kies je kleding met minder impact?
Een deel van het antwoord op de impact van de kledingindustrie is kiezen voor merken en materialen die beter scoren. Maar de grootste impact zit nog altijd in ons koopgedrag. Minder kopen en langer dragen maakt vaak meer verschil dan alleen kiezen voor een duurzaam label. We hebben gezien dat de weg van kleding langer en complexer is dan we vaak denken. Achter elk kledingstuk zit water, energie, transport en vaak ook vervuiling. Maar juist omdat die impact zo groot is, kun je als consument ook verschil maken. Dat begint eigenlijk al met één simpele vraag in de winkel: heb ik dit echt nodig?
Meer lezen?









Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!